Wishing you a great 2013!

Wishing you a great 2013

In the course of 2012, we heard quite a few CEOs and managers say they really like the idea of “listening more to customers”, of becoming more “customer-centric” and of wanting to “excel in customer intimacy.”

That’s a good start because thanks to the digital age, customers have become very powerful: they can make or break the image of your company without any effort.

What do you need to make customer-centricity work?

  • Empathy to have a good understanding of all the moments that really count to your customer
  • Imagination to give them exactly what they do not yet realize they will be wanting to die for once it becomes available.

How? Don’t talk, but listen. Really listen. Put yourself in the shoes of your customers. Involve them in everything you do to collect new insights. And turn great ideas into action.

That is why we wish you a great 2013, full of empathy and imagination!

RIP Search Engine Optimisation (SEO) as we know it

No doubt, technical SEO will remain important for the rest of our lives, the better your site is indexed and the better you comply with indexing guidelines and meta-data conventions, the better your results will be. But this is merely a prerequisite for being successful.
Continue reading

Ankie van de Colruyt

Column zoals verschenen in De Tijd van 25 oktober 2012

Ankie van de Colruyt
Er bestaan nog goeie mensen. Mensen zoals Ankie van de Colruyt. Met kleine “van” en kleine “de”. Niet omdat ze van adel is, maar omdat ik enkel haar voornaam ken en weet dat ze in de Colruyt werkt. De Colruyt van Wetteren.

Wat maakt Ankie zo speciaal? Neem nu een doordeweekse dag in de Colruyt van Wetteren. Zakt daar plots aan de beenhouwerij een oudere dame in elkaar, die zich ogenschijnlijk verslikt heeft in een klantvriendelijk proevertje. Of is er meer aan de hand? In ieder geval is Ankie er rap genoeg bij om samen met een toevallig aanwezige brandweerman en verpleegster de eerste zorgen toe te dienen en de MUG te laten oproepen.   

 Op zich niets speciaals, denkt u dan. Burgerplicht. Niemand mag een oudere dame in nood aan haar lot overlaten. Maar Ankie gaat verder dan dat. De vrouw in kwestie is in het gezelschap van haar man, een jonge tachtiger, die net een paar weken geleden zelf in lastige papieren had gezeten. Hij is nog aan het herstellen van een prostaatoperatie, en het was eigenlijk de eerste keer dat ze samen weer boodschappen gingen doen. In de Colruyt van Wetteren.

Voor hen een mijlpaal omdat ze weer samen het huis uit konden zonder een beroep te moeten doen op de goodwill van anderen. Ze gingen met de auto. De man, de jonge tachtiger, rijdt al zijn hele leven ongevallenvrij. Daarvoor kreeg hij ooit een sticker van Touring Wegenhulp. Leuke attentie vond hij, maar daar ontsiert hij zeker zijn achterruit niet mee. Die auto staat na het voorval nog lang te blinken op de parking van de Colruyt. Ankie heeft ervoor gezorgd dat als de auto die avond niet wordt opgehaald, dat geen probleem vormt.

Maar waar Ankie mij het meeste mee treft, is dat ze zielsveel empathie heeft, en zich feilloos kan inleven in de wereld van bejaarde mensen. Een wereld die totaal onverwacht plots op haar kop kan gaan staan. Na de logische eerste hulp en praktische zaken, beslist ze dat het geen doen is om een oudere man aan zijn lot over te laten en hem alleen helemaal naar Gent te laten gaan in het kielzog van de MUG. Ankie gaat mee naar het UZ Gent om hem wat morele steun te geven en hem comfortabel door het doolhof van het UZ te loodsen. Ze blijft ook bij hem tot zolang zij vindt dat dat nodig is.

 En zo leerde ik Ankie vanmiddag kennen. Ik kreeg haar totaal onverwacht aan de lijn vanop de gsm van mijn vader. Ze belooft me bij hem te blijven tot ik naar de afdeling spoed van het UZ  kan komen omdat ze vindt dat ze een man van tachtig niet alleen kan achterlaten in die toestand. Ze vertelt kort en accuraat wat ze heeft gedaan en hoe de zaken er voor staan. Mijn moeder heeft een beroerte gekregen, klinkt het. Ze waren er snel bij. Ze is al naar de CT-scanner die meer duidelijkheid zou brengen. Ik moet me niet haasten, zegt ze. Wat ik uiteraard wel doe. 

Ik heb het gsm-nummer van Ankie gekregen omdat ze graag nog wil weten hoe het verder zal verlopen. Ze wil dat echt wel weten, zegt ze. Ik zal Ankie inderdaad iets meer laten weten zodra we zelf ook meer weten. Want de CT-scanner geeft nog geen uitsluitsel… Hoofd te veel bewogen.  Morgen beter. Ik ga Ankie ook bedanken omdat ze vandaag totaal belangeloos en heel efficiënt voor mijn ouders zorgde.

Zelf ben ik een trouwe Delhaize-klant, maar binnenkort ga ik eens naar de Colruyt. De Colruyt van Wetteren, ook al woon ik in Gent. Om Ankie te bedanken. Want De Colruyt is nu voor mij een merk geworden dat menselijkheid en zorg uitstraalt. Een warm merk dat gedragen wordt door mensen, ook al vind ik de winkels zelf persoonlijk een beetje te kil. 

Still want to be in business by 2020?

If you still want to be in business by 2020, you need to come up with a smart online strategy.  A strategy that is different from what most companies do (showing off how great they are).
What does that mean? In the first place you have to ban company-centric thinking and make sure the content of your site is relevant to your audience. As per our our main provider, to be successful, whatever you do is “all about the customer, and not about you”.

Summary
1. Without having a goal, it’s difficult to score
2. A website never is a stand-alone given. It always is part of a larger experience
3. Maybe nobody goes to your website because it’s about you
4. Content is king
5. Consistency is queen
6. Create an interactive experience
7. Be a platform
8. Internet is the norm: users spend most of their time on other websites
9. What does not exist on Google, does not exist…
10. Every page is a Homepage
11. Start with listening
12. Contribute to the conversation
13. Visitors are always right
14. Do not fix what is not broken
15. Think big, start small, scale fast

Find out more? 
Book an online impact scan or a workshop and get a practical feeling of what to do through lots of real life examples of do’s and don’ts

Ladies first

Zoals verschenen in De Tijd van 12 juli 2012

Ladies First by Ann Galland

Ladies first
“Pinterest, da’s niets voor mij”, lachte een klant me onlangs toe tijdens onze werklunch op een zonnig terras langs de Leie. Hij was tot de conclusie gekomen dat het een vrouwenaangelegenheid is, want “zie je” zei hij, “meer dan 80% van de gebruikers zijn vrouwen”. Bovendien zat ie binnen zijn bedrijf al met LinkedIn, Facebook, en Twitter opgezadeld. Pinterest ging hij aan zich laten voorbijgaan.   

Zijn opmerking verraste me nauwelijks, het medium wordt inderdaad door druk bezette mannen nogal snel afgedaan als huis-, tuin- en keukenplezier voor uit- en thuiswerkende mama’s.

 “Toegegeven, vrouwen spelen een belangrijke rol op dit socialmediaplatform”, hoorde ik mezelf antwoorden. Misschien wel omdat we nu eenmaal ietwat socialer ingestelde wezens zijn dan mannen.  En ja, het klopt, we wisselen vlotjes ervaringen uit over dingen die we doen, dingen die we kopen en gebruiken. En als je daarbij bedenkt dat 85% van alle aankoopbeslissingen door vrouwen worden genomen, weet je dat wij vrouwen waardevolle inzichten kunnen geven over de producten of de diensten van, zeg maar, jouw bedrijf”.

Vandaag betekent Pinterest negeren hetzelfde als neen zeggen tegen een van de belangrijkste trends van vandaag: de visuele cultuur. Getuige de torenhoge conversiegraad van het medium: leuke hebbedinges en hippe producten worden als visuele content gepind, gerepinned, aanbevolen, besproken, en… gekocht. “Hééébbe” is het codewoord van de enthousiaste pinner. Met een tweet gebeurt dat nog niet zo gauw. En het unieke daarbij is dat iedere pin teruglinkt naar de originele image source op de site van het product zelf. Wat wil je meer als merk? 

Pinterest is dus vooral gericht op visuele verhalen. Storytelling in zijn zuiverste vorm, want “een beeld zegt meer dan duizend woorden”. En onder het motto van “men zegge het voort” kan alles wat gepinned wordt, zelfs nog eens via Facebook en Twitter worden geshared met wie het visuele medium aan zich wil laten voorbijgaan.

Amerika’s first lady, Michelle Obama, weliswaar alweer een vrouw, heeft onlangs ook de “storytelling value” van het medium ontdekt, een paar maanden na mevrouw Romney, die nu ook haar gewicht in de race naar het witte huist gooit. Michelle kon dus niet achterblijven en heeft al bijna 35000 followers, met wie ze haar mooiste plaatjes deelt, elk met een eigen verhaal.

Zo weet ik bijvoorbeeld dat Michelle en ik iets gemeenschappelijks hebben, we vieren namelijk onze huwelijksverjaardag op 3 oktober.  Dit jaar wordt het een speciale editie: Michelle is 20 jaar getrouwd, en ik 25 jaar. Als dat geen virtuele band schept. Michelle doet wel niet alles zelf. Haar account wordt voornamelijk gerund door de Obama 2012 campaign staff. Wat ze zelf pint, signeert ze met “–mo”.  Zoals: Chocolate chip cookies, courtesy of the girls godmother Mama Kaye, which are perfect for special occasions. mo. Zou ze die koekjes dan echt bij de koffie geven op 3 oktober? Ik zou het haar kunnen vragen. Want bij de Obama’s beslist de first lady wat er in huis komt. 

We sluiten de lunch aan de Leie af met een koffie vergezeld van artisanale Belgische chocolate chip cookies. Ik neem nog snel een foto om te delen met de first lady. Wat de nieuwe cookie wetgeving betekent voor websites van ondernemingen hebben we niet meer kunnen aankaarten. Maar ik ben wel zo goed als zeker dat mijn tafelgenoot nog diezelfde middag zijn eerste blik heeft geworpen op Pinterest. 
 

Hebben we een Belgische Loeki de Leeuw nodig?

Hebben we een Belgische Loeki de Leeuw nodig?

Companies usually pay a lot of attention  to the creation of names when they change their way of working or alter their strategic course. And there is nothing wrong with that, as long as looking for a new name remains part of the process, and does not become the goal.  What really counts, however, is value creation.

The most important function of marketing is “creating value” in a relevant way. And in order to create relevant value, you need to know what your target audience expects, would love to have, and even more crucial, what they would adore to have, but are not yet aware of. 

 

Zoals verschenen in De Tijd van 15 juni 2012

Hebben we een Belgische Loeki de Leeuw nodig?
Keek u de voorbije maanden ook vaker naar VT4 of Vijftv? En waaraan ligt dat dan? Aan een kanjer van een vrouw zoals Astrid? Of was u eerder weg van Komen Eten?  Zeker is dat Eén en VTM al helemaal niet meer alleen het Vlaamse medialandschap kleuren. Kleintjes worden groot en winnen gaandeweg ook een stuk aandacht van de kijker. Zenders zoals VT4 en Vijftv zijn langzaam maar zeker op weg of van plan om de gevestigde waarden met een paar cijferkanonnen ooit in te halen.

En wat meer is… na de zomer worden VT4 en Vijftv zelfs vernieuwd.
VT4 gaat VIER heten en Vijftv gewoon VIJF. En DRIE zou wel eens een verrassend nieuw rondzwemmende vis in De Vijver Media kunnen worden.

Wacht eens even. Hadden we niet Eén op 1, Canvas op 2, VTM op 3, ToBe op 4… ? Dus, mochten de bestaande kanalen nu eens simpelweg “Een”, “Twee”, “Drie”, “Vier” en “Vijf” gaan heten… zou dat niet makkelijk zijn? Zo zou alles van, in, voor en door Vlaanderen op één hand te tellen zijn.  Want, geef toe, voor wie dyslexisch is, is het niet simpel, je komt nogal snel uit bij TV4 en tvvijf. Da’s knap verwarrend. En bovendien, er is nu geen drie. Wel een To Be. Or is it not to be?

Volgorde is relevant voor een kijker. Volgorde is duidelijk, maar het creeërt geen hoge verwachtingen; het brengt hooguit structuur.  Dus minder interessant voor een merk. Tenzij men er in slaagt een waarde toe te kennen aan dat cijfer.

Waar kan Vier voor staan? Wat valt er te vieren? Vier keer plezier? Focus op de mensen van hier? En Vijf? Kan men het cijfer 5 laten aansluiten bij het DNA van de zender, heeft men ergens een link met het begrip vijf, al was het maar de hand reiken met alle vingers aan één hand?

De belangrijkste uitdaging in medialand zal niet liggen in het vinden van een nieuwe naam. Om het even welke naam kan het ver schoppen als er maar is nagedacht over de inhoud. Als er maar een visie is over hoe men waarde creëert en hoe men de verwachtingen van kijkers kan inlossen. En de vlag (de naam, het logo of woord/beeldmerk) dient voor de herkenning. Een mooie vlag kan versterkend werken maar het blijft een vlag.

De allerbelangrijkste taak van marketing is niet namen creëren, maar relevante “waarde creëren”. En dat doe je door een goeie band op te bouwen met de kijker. Hoe? Door zijn verwachtingspatroon in te lossen en te overtreffen. Door goede TV te maken, door te brengen wat mensen willen maar nog niet wisten dat het net dat was dat ze wilden. Door ze te verrassen. En dat vind je niet door enquêtes of research te doen. Maar wel door een visie te hebben over hoe je als zender op een relevante en hedendaagse manier in de wereld wil staan.

En ook door goed na te denken over de rol van reclame in een wereld waar we alles doorspoelen dat nog maar reclame ruikt: de betaalde advertentieblokken, de uitwisselingen met partnerbedrijven, en de reclame voor eigen programma’s.

Ook al proberen de reclamemakers daar een onderscheid tussen te maken, en ook al maken adverteerders zich sterk dat alleen hun reclame echte reclame is… die reclameblokken zijn gewoon te lang. Ik zou zeggen: wordt wakker, adverteerders, want het zal de kijker worst wezen. Reclame is reclame. En houd jullie vast. Voor een consument die de moeite doet om er iets harder over na te denken, zou het wel eens kunnen dat hij de reclame in de vorm van trailers relevanter vindt. Die zitten “by design” al dichter bij de inhoud van de zender zelf.

Of een Belgische Loeki de Leeuw soelaas kan bieden om het geheel wat op te vrolijken zoals de Nederlandse reclamestichting Ster dat ooit heel succesvol deed, betwijfel ik. Met Loeki had ik ooit een band. Maar dat was voor het digitale tijdperk.  Dus wees ook daar waakzaam.  Het is één van de belangrijke strategische fouten die je kunt maken: een succes dat je eens bereikt hebt,  kan je niet eindeloos rekken.

Doorspoelen dus. Ik wil mijn film of mijn programma zien en wel nu. “Astrid, komen eten! We kijken straks wel verder naar wat echt telt.“

Why brand-being exceeds brand-building

Ann Galland in de tijdBrand being starts from within. It starts with being the one you really are. It starts with being and living your brand throughout all levels in the company. With passion because brand being is about people. Only people can make the difference. People with an interesting and honest story. People who thrive on enthusiasm and who always have the customer in mind when they listen and talk. If the customer cannot connect with the story, who else will?

Brand being is also about being different and relevant. Being relevantly different to your audience. And being different from the brands you tend to compare yourself with. They are struggling with the same restrictions and set ideas as you anyway.  Be a brand that surprises, but don’t surprise for surprise’s sake.

Brand being, or being relevantly different, is the key to conquer people’s hearts and minds. Or as Maya Angelou said: “People will forget what you said, people will forget what you did, but people will never forget how you made them feel”. That is exactly what we wish Belfius today, tomorrow, and all the days that follow.

Success will depend on “why and how they do what they do” and not on “how they are called”.

Zoals verschenen in De Tijd  (zaterdag 3 Maart 2012)

Waarom zijn  BELgen zo FurIeUS?
Belfius is een feit. Topman Jos Clijsters heeft deze week komaf gemaakt met de verwarring rond de Franse Dexia Holding. Of een nieuwe naam al dan niet nodig was, is niet meer aan de orde. Done deal. Een naam is maar een naam.

Een niet te onderschatten neveneffect van de naamsverandering, was de snelheid waarmee een hechte band werd gesmeed tussen noord en zuid. Plots waren de BELgen het, over anders torenhoge taalbarrières heen, roerend eens met elkaar. De ene uitlating was al wat cassanter dan de andere, vooral op Twitter, uitlaatklep bij uitstek voor iedereen met een mening. Allemaal heel normaal. Veranderingen van welke aard ook roepen sowieso weerstand op. Dat is menselijk. Geen paniek. Eigenlijk is het een blijk van interesse en betrokkenheid. Van zodra er eerder deze week namen uit de shortlist gelekt waren, werd er wild gespeculeerd over de kanshebbers. Vooral Bebank kon op heel wat sympathie rekenen om zijn eenvoud. Toen Bebank de duimen moest leggen voor Belfius, brak een storm van reacties los, en dat uitgerekend op complimentendag. We zagen tal van woordspelingen en afkortingen, gaande van “Belfiscus”, “Belfiasco”, “Belgium finances us”, “yoghurt met actieve belfius”, Harry Potter grappen en losse flodders over geneesmiddelen en vieze ziektes. In het gif spuwen zat een flinke dosis Belgische creativiteit. 

Gif spuwen is niet aardig. Niet iedereen krijgt van zijn ouders een elegante naam mee. Soms is het een veeg teken als ze je Alexander noemen, hoewel er ook zijn die het ver geschopt hebben met die naam. Laten we dus de flair hebben om Belfius een kans te geven. ZE – jawel, bank is vrouwelijk – moet alle kansen krijgen om te kunnen groeien tot een mooie degelijke bank, ook al zit ze met een jongensnaam opgescheept. Belfius is een filius.

Bij deze: welkom Belfius. We rekenen erop dat je een correcte en eerlijke ”game changer” wordt in plaats van een simpele “name changer”.  Je zal in de komende maanden vooral moeten bewijzen dat je een geloofwaardig verhaal met toekomstvisie hebt. En dat je bezielers met z’n allen hetzelfde verhaal vertellen. Want Belfius, je zal dubbel zo hard moeten werken om het verloren vertrouwen weer op te bouwen. Mensen willen vooral weten wat ze van je kunnen verwachten. Geef ze een tastbare reden waarom ze je kunnen vertrouwen. Het is dan aan hen om hun ervaringen te delen met anderen. You win some, you lose some.

Wat goed ging ter voorbereiding van je geboorte, was betrokkenheid creëren bij het personeel voor het vinden van jouw naam. Er kwamen zowaar 6000 reacties, waarvan 4000 unieke; een flinke graadmeter voor de kracht van het merk. Wat een potentieel. Geef die mensen nu een verhaal. Vertel ze waar je als bank voor staat. Dat is de essentie. Ook daar zat bij de aankondiging een schoonheidsfoutje. Clijsters licht toe dat BEL staat voor Belgie en FIUS voor vertrouwen, terwijl woordvoerster Delvou zegt Bel voor België, fi voor financiën en us voor wij.  Het is een associatieve naam, alleen moet iedereen hetzelfde vertellen.

En om de launch zowaar nog lastier te maken, werden op dezelfde dag de resultaten van annus horribilis 2011 aangekondigd: 1,37 miljard Euro in het rood… een verlies dat te wijten is aan eenmalige posten zoals waardeverminderingen op Griekenland en verliezen op de afbouw van risico’s. Zonder dat zou er winst zijn geboekt. Al bij al goed nieuws dus. Maar rood. 

Ook het logo en de kosten die daarmee gepaard gingen, werden niet gespaard op sociale netwerken: 35 miljoen Euro voor de operatie van de naamsverandering. Normaal of een  smak geld? Voor een rood blokje als bijna schaamteloze kopie van een ander Bel-20 bedrijf, namelijk Delhaize, voelt dat duur aan. Ook markante gelijkenissen met Ava en Lockerz werden gespot. En de font van Belfius heeft een Delhaize-folder-gevoel. Van besparingen gesproken. Of anorexia in de creatieve sector?

En toch, ik hou van rode logo’s: ze stralen passie uit. Nu nog uitkijken naar hoe de mannen van Club Brugge straks vlotjes op het veld verschijnen. In blauw-zwart. Mét witte versie van het rode blokje.

Ann
www.galland.be

Het lot van Loekie. Wanneer zijn we klaar voor de nieuwe TV?

Zoals verschenen op M-Zine, de marketing blog van De Tijd


Ooit hield ik oprecht van Loeki. Kent u hem nog? Loeki, als pop van de ster geboren in 1972: een schattig leeuwtje om de STER reclame op te vrolijken met zijn onhandigheden. Het waren net die onhandigheden die hem iets menselijks gaven. Herkenbaar.

Ik was 8 in 1972. En ik keek iedere avond reikhalzend uit naar het journaal op de Nederlandse televisie. Want daar was altijd tussen de reclamespots een komisch filmpje van Loeki de Leeuw zien.

Onze kinderen zouden het zich niet kunnen voorstellen.  En toch, schitterend vond ik dat, om samen met mijn vader naar het Nederlandse journaal kijken. In mijn geval niet zozeer voor dat journaal maar voor de reclame die er rond hing. We hadden toen in Vlaanderen nog geen commerciële zenders, en we waren derhalve nog verzot op reclame. Dat de creatieve vondsten van onze noorderburen kwamen, vormde geen bezwaar. Wellicht kwam dat door mijn jeugdig enthousiasme en omdat er toen nog geen overdaad aan push was. We moesten speciaal TV kijken om al eens iets te zien… U zal het niet geloven als u geboren bent na 1980, maar ik was geprivilegieerd als kind, want niet iedereen in de klas kon Nederland “pakken” op TV. Wij wel. Dus uitpakken met de grappen van Loeki was cool op school.

En dit was nu het leuke aan reclame: bij het begin van ieder spotje gingen we op het puntje van de bank zitten om om ter snelst te raden waarvoor de reclame zou zijn. Ik won vaak van mijn vader… of mijn vader liet me winnen. Ik zou het hem kunnen vragen, hoe goed mijn persoonlijke hitrate wel was. Hij herinnert het zich vast nog. Maar ik ga het niet doen. Want dertig jaar later, hou ik niet meer van machteloos toekijken op immer voorbijglijdende hagelwitte voetbalshirtjes, ideale pamperende gezinnetjes, culinair bereide kattenbrokken en zinnenstrelende parfums. Erger nog, ik vermijd ze.

Reclame op TV is voorbij “the point of no return”.

En Loeki dan? Loeki verdween officieel eind 2004, hij was toen 32.  Ik 40. Ik heb zijn vertrek niet echt gemist, want ik keek al even niet meer naar het Hollandse journaal. In 2004 hadden de onvermijdelijke reclamespotjes al lang hun intrede gedaan in het Vlaamse medialandschap, en inmiddels doen we met een aanzienlijke percentage van de bevolking, dagelijks hard ons best om niet gegrepen te worden door het statistisch gemiddelde van 5000 reclame-indrukken per dag.

We lusten de reclame rauw, soms zo rauw dat we ze uitspugen of vermijden. Het reikhalzen is vervangen door het kokhalzen. Gelukkig hebben we vandaag de middelen in huis om “neen, dank u” te drukken met één simpele click op de afstandsbediening. Het enige wat u moet doen is een digitale televisie in huis halen. Wat we al een tijdje hebben gedaan.

En laten wij Vlamingen nu toch gekend staan om voor alle uitdagingen een oplossing te vinden. Dus wat doen we met die overvloed van wervende beelden? We nemen programma’s die ons écht interesseren gewoon op en gaan ze later bekijken. In alle rust, en zonder reclame. En tijdens dat uitgesteld kijken, spoelen we de reclame doodleuk door, alsof het toiletpapier is. Voilà, zo simpel is dat.  Ook al zou u op tijd thuis zijn om die uitzonderlijk goeie film op TV te kijken, neem hem gerust een kwartiertje van tevoren op, dan kan u de hele film uitkijken zonder stoorzenders. En als u nog niet thuis bent, is er de Yello app van Telenet. Iedereen content, behalve wie moet leven van die reclame-inkomsten.

Er staan dus harde inkomsten op de helling voor de zenders die leven van passieve reclamespotjes. Passief? Hè da’s toch video, hoor ik u denken… video is toch niet passief? Jawel, want het is niet omdat zo’n spotje beweegt dat u meteen en “on the spot” er iets actiefs mee kan. U kan alleen passief toekijken met chips en cola in de hand. Mag ook een goed glas wijn zijn, maakt niet uit. Maar meer kan u er echt niet mee doen.

En als we nu die reclame eens zouden personaliseren, hoor ik de gevorderde marketeer al denken, zodat de kijker te zien krijgt wat hij of zij leuk vindt, een pak pampers voor het jonge gezin, de nieuwste cosmetica voor swofties, een elektronica hebbeding voor de nerd, hondenbrokken voor dierenvrienden; met andere woorden reclame helemaal aangepast aan uw situatie? Laat me niet lachen, dat gaat ook niet helpen. Het blijft passief… zolang we denken dat mensen echt willen kijken naar spotjes om de spotjes, zijn we fout bezig.

Is dat dan het einde van het TV tijdperk?

Nee hoor, als onze TV slimmer gaat worden, zullen er misschien nieuwe gouden tijden aanbreken. Maar dan zullen onze marketeers samen met die TV slimmer moeten worden. De les “toegepast slimmer worden” werd deze week gedoceerd op de Consumer Electronic Show (CES) in Las Vegas. Daar verdrongen de LGs, Samsungs en Sony’s van deze wereld elkaar met nieuwe TVs. Zo pakte Samsung uit met een TV die door een ingebouwde camera en microfoon, met beweging en spraak te besturen is. Interessant is ook de toevoeging van gezichtsherkenning. Zo wil Samsung bijvoorbeeld klanten persoonlijke content voorschotelen.

Verder werd op CES ook Internet-TV toegejuicht als belangrijke ontwikkeling, waarbij een aantal fabrikanten Google TV toevoegden aan hun modellen.  Via Google TV zullen we nu kunnen internetten op onze televisie, en ook net zoals op onze smartphone allerhande apps kwijt kunnen. Niet om ze kwijt te raken maar om ze te gebruiken natuurlijk. De smart TVs zijn aan hun opmars begonnen.

We zijn dus in de fase beland dat we beseffen dat de manier waarop we TV kijken is veranderd. U zit toch zelf ook regelmatig met uw laptop of iPad op schoot wanneer u het nieuws volgt? En uw mobieltje ligt toch binnen handbereik wanneer u dat doet? Vindt u dat normaal? Nee, dat is niet normaal, u bent niet normaal en ik ook niet, maar ik doe het toch. Dat is onze nieuwe realiteit.  U en ik zijn dus volkomen aangepast aan het nieuwe “continuous partial attention” fenomeen.  We willen steeds connecteren en geconnecteerd zijn. We scannen voortdurend opportuniteiten, want we willen verdorie helemaal niks missen.  En daarom moeten al onze elektronicaspullen, dus ook onze  TV, mee met hun tijd. Weg met de passieve spotjes. Tijd voor interactiviteit, tijd om zelf te zoeken en te vinden wat we willen op die TV. En dat zal zijn “like”, “order” en “pay”  all in only one click away….

En voor de Loeki nostalgics: voorlopig is de klassieke reclame nog niet helemaal dood. Loeki was zo verbonden met de reclame op de publieke zenders dat de prijs voor de beste reclame naar hem vernoemd is. Holland’s publiekslieveling heeft zich getransformeerd tot de Gouden Loeki, een prijs die ieder jaar in december wordt uitgereikt voor de beste, leukste of origineelste commercial van het jaar. Het Nederlandse publiek kan zelf stemmen via website en/of telefoon, maar nog niet via TV, dat kon u al raden. En zo werd het eind 2011, na jaren van Calvé, Amstel bier, Centraal beheer, Planet Internet, KPN, Heineken… de beurt aan T-Mobile om met “Altijd Samen” het Nederlandste publiek massaal van zich te laten houden. Schoon en ontroerend, vind ik dat om zo 2011 af te sluiten. Altijd samen.

O ja, en kent u de tegenhanger van de Gouden Loeki, namelijk de Loden Leeuw? Dat is de prijs voor de meest irritante televisiecommercial. Ik bespaar u alvast de naam van de winnaar. Die houdt zich beter discreet. En ik ben blij dat die prijs niet de Loden Loekie heet, maar gewoon de Loden Leeuw…  Want Loeki was nooit irritant. Nooit.

Asjemenou !

Ann Galland
www.galland.be

 

Brand being is about being relevantly different and being prepared to fail

1. Stop broadcasting
Stop broadcasting, Broadcasting is the main ingredient of old school brand building. 

2. Start brand being
Start being your brand and living your brand. Start being just the one you really are. It is not worth it trying to behave like somebody else, you can only become a mere shadow of what you never will be.
Be your brand.  And be so with passion. Walk your talk and listen to others with enthusiasm.

3. Be different
Be different. Be different from the other brands you tend to compare yourself with. Be a brand that surprises many.

4. Be relevant
Be relevant. Be a brand that surprises, but don’t surprise for surprise’s sake. Surprise people in a relevant way. Be relevantly different. Brand being, or being relevantly different, is the key to conquer people’s hearts and minds. 

5. Challenge yourself and take risks
Success cannot be obtained without challenges or taking risks. Challenge yourself and dare to take some risks. Not a single success in history has ever been reached without taking risks, calculated or not. 

6. Be prepared to fail
Be prepared to fail. Most people have a very bad relationship with failure. They see it as a dead end; they see it as a plan that didn’t work out because their idea wasn’t good enough.  The truth, however, is different. Most people fail often before they reach success. If you want to get really good at something, you will have to be prepared to fail at least a few times. If your first try would be a major success, it would be like winning the lottery. Don’t fool yourself, and don’t expect to gain the lottery.

7. Expect resistance
Expect resistance. Some will laugh at you, others will be mad at. Some will ignore you from fear of being associated with you. Others will envy you. Don’t blame the others for their behavior. They are obstructing themselves by their conservative thinking, and they feel better with perfectly fitting into the box they have always been in. They are afraid of failing. Respect their choice.

8. Be different, brave and stubborn
Be different. Be brave and stubborn and follow your dreams. Being different can have two outcomes: either you fail or you reach success. But no matter how often you fail, see each failure as an opportunity to learn and to gain experience on your way to success.

9. Dare to fail
Dare to fail. When you look at great people throughout history, you see that they have the following in common: they failed and failed often; and they kept on trying because they were convinced that failure represented opportunity, not defeat. So, dare to fail. Though it may seem a lonely road, you can never be the first one to fail.

10. They failed

“Try and fail, but don’t fail to try”
(Stephen Kaggwa)

 “I have not failed. I’ve just found 10.000 ways that won’t work”
(Thomas Alva Edison)

“Failure is a detour, not a dead-end street”
(Zig Ziglar) 

“Failure is not failing down but refusing to get up”
(Chinese proverb)

“There is no failure.  Only feedback.”
(Robert Allen)

“Mistakes are the portals of discovery”
(James Joyce)

“Failure is only the opportunity to begin again more intelligently.”
(Henry Ford)

11. Being prepared to fail is the prerequisite to success
Being prepared to fail is the prerequisite to success. The main thing is to never give in, and keep on going on your enthusiasm and determination. Eventually you will win.

12. We wish you many interesting failures on your way to success! 

contact us



Ann Galland
My office is where I am